Herman (78) zit graag op het bankje bij de Varkensmarkt. Met een sigaartje in de hand voert hij de duiven. Benieuwd naar zijn verhaal, vraag ik hem of hij zin heeft in een kopje koffie. Terwijl we een eerste slokje nemen vraag ik hem waarom juist dit bankje. ”Omdat ik hier vroeger al zat, samen met mijn opa Gerrit-Jan”, vertelt Herman.
Hij vertelt hoe zijn opa eigenlijk alles kon. Zo maakte hij zijn eigen sigaren, met behulp van een slimme constructie die hij had gebouwd van een oud fietsframe. Maar bovenal kon hij verhalen vertellen. Dat deed hij dan ook vaak, wanneer zij samen op dit bankje even uitrustten na een bezoek aan de markt.
Inmiddels is Herman zelf een trotse opa van maar liefst vijftien kleinkinderen en één achterkleinkind. “Ik hou natuurlijk van mijn kinderen,” zegt hij, “maar eigenlijk hou ik van alle mensen, omdat God ze geschapen heeft.” Of hij op zijn opa lijkt, durft hij niet zo snel te zeggen. “Het is wat om jezelf zo’n compliment te geven,” zegt hij bescheiden. Als hij toch een beetje mag opscheppen, vertelt hij dat zijn andere opa ook een bijzonder lieve man was. “Daar lijk ik misschien ook wel op.” Ik vroeg hem wat zijn opa zo lief maakte. Daar had hij wel een mooi voorbeeld van. “Mijn opa was een man van weinig woorden, maar van daden. Hij maakte alles wat we nodig hadden. Mijn broer was bijvoorbeeld echt een wilde met zijn fiets. Die ging regelmatig kapot. Mijn opa maakte een fiets van een brommer-frame. ‘Die krijgt hij nooit meer kapot!’, zei hij. Na een half jaar ging ook die fiets helaas kapot.’’

Drie jaar geleden kreeg Herman een hersenbloeding. Sommige herinneringen vervagen daardoor langzaam. Dat vindt hij jammer. Maar de herinneringen aan zijn opa, die zullen blijven. Daar is hij zeker van.
Met aandacht voert hij de duiven, terwijl hij de voorbijgangers observeert. Hij kijkt naar gezichten en is nieuwsgierig naar de verhalen van de mensen die langslopen. “God heeft de mens mooi gemaakt”, zegt hij. Zijn band met duiven gaat ver terug. Vroeger had hij zelf postduiven. Op zijn veertiende won hij er zelfs een grote prijs mee.
“Die hoed staat u echt goed”, hoor ik mezelf zeggen. Herman krijgt meteen een brede glimlach. Hij neemt een trek van zijn sigaar en tilt zijn hoed op. Aan de binnenkant zitten twee sigaren, vastgehouden door zelfgemaakte bandjes. Het bandje voor de derde sigaar is leeg, die rookt hij nu. Niet alleen esthetisch, maar ook praktisch.
Het gesprek vindt hij gezellig. Of hij het leuk zou vinden als meer mensen zomaar een praatje met hem maken? “Ja, eigenlijk wel”, zegt hij. En de zwarte koffie? Die was ook erg lekker.