Loop je vanuit de binnenstad onder de Koppelpoort door en langs de Eem, dan kom je in de wijk De Koppel. Die naam zie je op veel plekken terug: Koppelpoort, Kleine Koppel, Grote Koppel, Koppelweg en Ringweg Koppel.
Het gebied van de huidige wijk De Koppel heette in de middeleeuwen al ‘De Koppel’. Vanaf ongeveer 1450 vormde het de overgang – de koppeling – tussen de ommuurde stad en de weidegronden richting Hoogland. De naam is waarschijnlijk afgeleid van ‘coppel’: gemeenschappelijke weide. Boeren gebruikten deze gronden om hun vee buiten de stad te laten grazen.
De Koppelpoort, gebouwd als water- en stadspoort, gaf toegang tot dit weidegebied en is ernaar genoemd. Later ging de naam ook over op de wegen langs de Eem: de Grote en Kleine Koppel. Door de ligging aan het water werd dit een logische plek om goederen te laden en lossen. Daarmee begon ook de ontwikkeling van bedrijvigheid buiten de stadsmuren.

Aan het eind van de 19e eeuw vestigde zich langs de Eem onder meer houtindustrie, die gebruikmaakte van het water voor aanvoer en verwerking. In de eerste helft van de 20e eeuw veranderde De Koppel verder: van nat, groen gebied naar een wijk met industrie én woningen. Langs de Grote en Kleine Koppel kwamen bedrijven en opslag, waaronder de COVA, met grote silo’s en installaties voor overslag van goederen.
Van de oude, drassige ‘coppel’ lijkt weinig over. Of toch wel: in Jeruzalem en Jericho vind je nog een groen restant in het Moerasje, achter de Hooglandsedijk. Ook de loop van de Oude Eem is daar nog te herkennen. De gemeente beheert het gebied sinds 1962 als groen monument en ecologische verbindingszone. Via het vlonderpad kun je er nog even ervaren hoe het landschap hier ooit was.
