Van woonhuis naar werkhuis
In 1556 werd het pand gekocht door Gerrit van Oldenbarnevelt. Zijn zoon Johan groeide hier op en zou later uitgroeien tot een van de invloedrijkste staatsmannen van de Republiek.
Lang bleef het geen woonhuis. Nog geen twintig jaar later kreeg het pand een nieuwe functie. De Broederschap van de Heilige Geest nam het over – een organisatie die zich inzette voor mensen die het minder hadden. Daarmee veranderde het huis in een lint- en spinhuis.
Werken, leren en overleven
In Huis Bollenburg werkten arme kinderen en weeskinderen. Ze leerden hier een vak: linten maken en wol spinnen. In ruil daarvoor kregen ze eten en onderwijs. Het was een combinatie van opvang, opvoeding en werk, bedoeld om hen een toekomst te geven en van de straat te houden. Vanuit het perspectief van nu roept dat ook andere vragen op, maar in die tijd was dit een gebruikelijke manier om zorg en werk te combineren.

Sporen in de muren
Bij een restauratie werden in het pand zeven ingemetselde kinderschoentjes gevonden. Volgens oude gebruiken zouden die onheil moeten afweren. Waar ze precies vandaan komen, is niet helemaal zeker, maar de link met de kinderen uit het spinhuis ligt voor de hand. De schoentjes zijn nooit verwijderd, ze horen bij het huis.
een traditie die voortleeft
De zorg voor mensen die het moeilijk hebben, stopte niet bij de muren van Bollenburg. De traditie van de Broederschap leeft voort in Stichting Armen de Poth, die zich vandaag de dag nog steeds inzet voor Amersfoorters die een steuntje in de rug kunnen gebruiken.
Textiel speelde vroeger een belangrijke economische rol in Amersfoort. De stad ademde wol, weverijen en handel. Lees meer verhalen over het textielverleden van Amersfoort en de toekomstige textielmakers!