Wie zich voorstelt hoe het hier een eeuw geleden was, ziet een heel ander landschap. Waar nu vooral water en ruimte zijn, klonk toen het geluid van industrie. Langs de Eem stond stoomhoutzagerij De Dommekracht, waar hout – onder meer uit Scandinavië – werd verwerkt. In het water lagen boomstammen, en in loodsen werd het hout opgeslagen. De bebouwing langs de Eem en de Koppelbrug, die je nu in de verte ziet, waren er toen nog niet.

In dit gebied liep ook de Oude Eem, een rivierarm die ooit door het landschap kronkelde en verderop, bij de stad, uitkwam in de gracht. Al in de 14e eeuw werd een groot deel ervan gedempt en verloor het zijn functie voor de scheepvaart. Het water speelde hier sowieso altijd een hoofdrol: niet alleen als route, maar ook als uitdaging om het gebied droog en beheersbaar te houden.
Het Valleikanaal, dat je aan de rechterkant ziet, werd in de jaren dertig aangelegd om het water uit de Gelderse Vallei beter af te voeren. Het kanaal is in een crisistijd gegraven, met veel handwerk en zware arbeid. Dat verleden maakt de plek niet alleen landschappelijk, maar ook historisch bijzonder.

Aan de overkant staat een oude houtloods, inmiddels onderdeel van Jachthaven De Stuw. Tegelijk staat de omgeving voor veranderingen: de linkeroever van de Eem zal de komende jaren verder transformeren. Juist daarom is de Eemdriehoek een plek waar je het verleden nog kunt ‘meelezen’ in het landschap – op het kruispunt van water, stad en geschiedenis.
Wil je meer weten en zelf een wandeling in het gebied maken? Dat kan met de route ‘Amersfoortse Pareltjes’.